| |
Additieven
Additieven zijn stoffen die om technische redenen bij het vervaardigen,
verwerken, bereiden, behandelen, verpakken, vervoeren of opslaan van voedingsmiddelen
bewust aan deze voedingsmiddelen worden toegevoegd teneinde te voldoen
aan de eisen die de consument aan deze producten stelt. Zij worden aanzien
als een bestanddeel van het voedingsmiddel.
Voorbeelden zijn:
- bewaarmiddelen,
- smaakversterkers,
- stabilisatoren,
- kleurstoffen,
- voedingszuren,
- enzymen,
- anti-oxidantia.
Het gebruik en de etikettering van additieven wordt wettelijke
geregeld onder vorm van een zgn. 'positieve'
lijst.
In de ingrediëntenlijst van voorverpakte voedingsmiddelen worden
zij meestal erkent onder E-nummers (E = Europa) zoals bijvoorbeeld caroteen
(E 160), calciumcarbonaat (E 170), azijnzuur (E 260), citroenzuur (E 472),
ascorbinezuur (E 300). Deze laatste is niets anders dan vitamine C.
De technologische noodzaak voor het gebruik van additiven wordt steeds
afgewogen tegenover de risico's die het gebruik ervan en soms het weglaten
(niet-gebruik) ervan kan opleveren. Daarom wordt het gebruik van - op
het eerste zicht - aanvechtbare additieven zoals sulfieten en nitrieten
toch toegelaten om nog gevaarlijkere situaties te voorkomen. Zo kan de
groei van de Clostridium botulinum en Staphyllococcus aureus en de productie
van toxinen door toevoeging van nitriet sterk worden gehinderd en worden
voedselintoxicaties en infecties, soms met fatale afloop, vermeden.
|


|
 |