![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Integrale Kwaliteitszorg Melk (IKM)Nog lang vóór er in Europa sprake was van een gemeenschappelijk zuivelbeleid startte in België de voorlichting aan de melkveehouders om melk van hoge kwaliteit te produceren. Daarna werden deze vrijwillige initiatieven omgezet in een wettelijke reglementering. De officieel gecontroleerde kwaliteitsbewaking startte 38 jaar geleden: in 1964 werd op het melkveebedrijf de officiële bepaling van de kwaliteit van melk ingevoerd. Hiertoe werd in elke provincie een comité voor de melkkwaliteit opgericht. Deze comités stonden onder het toezicht van de Nationale Zuiveldienst. Dit orgaan van het Ministerie van Landbouw hield zich uitsluitend bezig met de reglementering en de controle van melk en zuivelproducten. Deze lange traditie van kwaliteitszorg in de zuivelsector in België is uitgegroeid tot een systeem van integrale ketenbewaking. Het systeem is gebaseerd op de visie dat kwalitatief hoogwaardige en veilige eindproducten alleen geproduceerd kunnen worden in een bedrijfskolom waarin alle schakels werken onder welbepaalde regels. Dit betekent niet alleen dat de producten volledig aan de gestelde normen moeten voldoen, maar ook dat er aan de kwaliteit van de bedrijfsprocessen tal van eisen worden gesteld. Controle is daarbij een onmisbaar instrument, zowel van de eindproducten als van de productieprocessen. Daarom vinden er voortdurend controles plaats, in elke schakel van de productieketen. Deze controles worden uitgevoerd door de overheid of door onafhankelijke instellingen. De zuivelketenDe zuivelketen ziet er als volgt uit:
De toelevering aan het melkveebedrijf omvat alle mogelijke aankopen:
dieren, diervoeder, diergeneesmiddelen (via dierenarts), reinigings- en
ontsmettingsmiddelen, melkinstallatie, melkkoeltank en andere De diepgekoelde melk wordt op het melkveebedrijf opgehaald door melkophaalwagens (RMO’s of Rijdende MelkOphaalwagens) en vervolgens naar de zuivelfabrieken vervoerd om er tot zuivelproducten verwerkt te worden. Via de verschillende kanalen van de distributie (grootwarenhuizen, buurtwinkels, speciaalzaken voor kaas, enz.) worden de zuivelproducten tenslotte worden verkocht aan de verbruiker. Wettelijke kwaliteitsbepalingenIn België produceren ongeveer 17.261 melkveehouders melk. Meer dan 97 % van de melk wordt verkocht aan een zuivelfabriek voor verdere verwerking. De rest wordt op de hoeve zelf verwerkt tot zuivelproducten die rechtstreeks aan de verbruiker verkocht worden. De Belgische kwaliteitsreglementering is zeer streng. Om melk te mogen leveren aan een zuivelfabriek moet de melkveehouder tegelijkertijd drie voorwaarden vervullen :
Alle dieren zijn geregistreerd in het identificatie- en registratiesysteem
SANITEL. Integrale Kwaliteitszorg MelkNiet alleen de overheid maar ook de landbouworganisaties en de zuivelindustrie zijn steeds voorstander geweest van strikte normen en hebben een actieve rol gespeeld bij het uitbouwen van een strenge kwaliteitsbewaking. In 1998 heeft de zuivelsector zelf het initiatief genomen om de officiële kwaliteitsbewaking nog te versterken met een systeem van Integrale Kwaliteitszorg Melk (IKM). Dit project is een vrijwillig systeem dat bovenop de reeds strenge wettelijke normen komt. De Belgische zuivelsector komt met dit borgingssysteem op de tweede plaats in Europa. Alleen Nederland, met zijn stevige zuivelreputatie, gaat België vooraf. Er werd een lastenboek uitgewerkt voor de productie van melk op de hoeve.
Dit lastenboek voor het melkveebedrijf werd ingevoerd op 1 juli 2000 en
bevat meer dan 100 borgingspunten, ingedeeld in 5 hoofdstukken, met name: Het systeem geeft borging over de wijze waarop melk wordt geproduceerd: d.w.z. op een duurzame wijze, met respect voor het dierenwelzijn en voor het milieu. Het is de bedoeling de meer dan 16.000 melkveebedrijven, die melk leveren aan een zuivelfabriek, afzonderlijk te laten certificeren met IKM. Dit is een enorme uitdaging. IKM voorziet kwaliteitsborging door:
De controle van boerderijmelkDe kwaliteitsnormen voor boerderijmelk worden door de EU opgelegd en worden in België streng gecontroleerd. Van elke melklevering van de boerderij wordt een monster genomen. Dit gebeurt via automatische monstername op de melkophaalwagen (de RMO). Identificatie van de monsters gebeurt via barcode. Al deze monsters gaan naar controlelabo’s voor de melkkwaliteit. Per jaar worden hier miljoenen monsters geanalyseerd en getoetst aan de wettelijk vastgelegde kwaliteitsnormen. Deze normen zijn gebaseerd op de nationale en Europese regelgeving. De resultaten van de analyses worden meegedeeld aan de melkveehouder, de overheid en de zuivelfabriek. Ze worden bewaard in de centrale gegevensbank SANHYMILK Productie. Bij overschrijding van bepaalde kwaliteitscriteria, krijgt de melkveehouder een financiële sanctie opgelegd. Als de melk niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden krijgt de melkveehouder een leveringsverbod. De controlelabo’s voor de melkkwaliteit staan onder toezicht van de overheid. De volgende kwaltiteitsparameters worden onderzocht: Naast de routinematige bewaking van de melkkwaliteit, voert de overheid
een permanente monitoring uit op een wijd spectrum van schadelijke stoffen,
zoals dioxine, pcb’s, aflatoxine, zware metalen, remstoffen, en
residuen van bestrijdingsmiddelen. Dergelijke stoffen kunnen alleen met
gesofisticeerde apparatuur in gespecialiseerde labo’s opgespoord
worden. Deze monitoring heeft als doel om een algemeen beeld te krijgen
van de veiligheid van de melk. In functie van de resultaten kunnen de
bewakingsprogramma’s worden bijgestuurd. Melkophaling en transport De ophaling van de melk op de boerderij en het transport naar de zuivelfabriek
vormen een belangrijke schakel in de ketenbewaking. De kwaliteitszorg
die de melkveehouder besteed heeft aan de productie van de melk moet doorgetrokken
worden tot bij de verwerking in de zuivelfabriek. De ophaling is aan een
aantal wettelijke regels onderworpen. De zuivelfabriek alsook de persoon
die de melk ophaalt moeten over een officiële erkenning beschikken.
Ook het monsternameapparaat wordt regelmatig gecontroleerd op zijn goede
werking en krijgt een erkenning. De wettelijke ophaalfrequentie moet nageleefd
worden. Het materiaal dat gebruikt wordt voor het transport en de reinigings-
en ontsmettingsmiddelen zijn ook gereglementeerd. Naast de wettelijke regels heeft de sector via het ketenbewakingsprogramma IKM een aantal extra maatregelen ingevoerd. Het lastenboek IKM-Transport voorziet in aanvullende borgingspunten,zoals :
De zuivelondernemingen De verwerking van melk tot zuivelproducten is onderworpen aan een aantal
wettelijke vereisten. Deze hebben te maken met hygiëne, kwaliteitsnormen
en autocontrole. De zuivelfabrieken worden hierop door de overheid gecontroleerd. De zuivelondernemingen in België hebben zichzelf kwaliteitseisen
opgelegd die op veel punten verder gaan dan de Europese levensmiddelenwetgeving
. Dit betekent dat zij werken volgens stringente kwaliteitssystemen waarin
voorwaarden zijn geformuleerd met betrekking tot het ontwerp van het bedrijf,
het onderhoud van de installaties, bereiding en hygiëne. Deze op
HACCP-principes gebaseerde systemen zorgen voor de borging van het totale
verwerkingsproces, van boerderijmelk tot eindproduct. Daarnaast hechten
de zuivelbedrijven veel belang aan een zo sluitend mogelijke traceerbaarheid. De kwaliteitsborging in de verwerking gebeurt door:
De eindproductenAlle eindproducten staan onder permanente controle. Bemonstering en laboratoriumanalyse gebeuren volgens internationaal erkende onderzoeksmethoden. De producten worden gekeurd op basis van de Europese levensmiddelenwetgeving en van nationale wettelijke normen, vastgelegd in de Belgische levensmiddelenwetgeving. Om een sluitende garantie te bekomen over de ganse keten, worden ook eindproducten onderzocht op residuen van contaminanten. Het kwaliteitsonderzoek van de eindproducten gebeurt op:
|
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||