Onze voedingsbehoeften zijn persoonlijk. Afhankelijk van ons gewicht, onze lengte, ons geslacht en onze fysieke activiteit kunnen onze behoeften aan energie en voedingsstoffen iets meer of minder groot zijn. Een opgroeiende adolescent die aan sport doet, heeft andere noden dan een zwangere vrouw of een oudere man met weinig fysieke activiteit.
Elk individu heeft dus specifieke voedingsbehoeften die in de loop van zijn leven trouwens zullen wijzigen. Toch kan men per bevolkingscategorie gemiddelden bepalen die als referentie dienen om onze eigen specifieke behoeften te berekenen.
Organisaties zoals het Amerikaanse Nutrition Research Council hebben een lange traditie in het opstellen van voedingsaanbevelingen, de zogenaamde RDA's (Recommended daily Allowances; dagelijks aanbevolen hoeveelheden). Ook het Europese Wetenschappelijk Comité voor de Menselijke voeding en de Belgische Nationale Raad voor de voeding hebben dergelijke aanbevelingen opgesteld.
Deze aanbevelingen zijn voedingsadviezen die per bevolkingscategorie in cijfers uitdrukken hoeveel voedingsstoffen een gemiddelde Belg moet opnemen om optimaal te functioneren. Voor eiwitten, koolhydraten, vetten en voedingsvezels worden de behoeftes in gram (g) uitgedrukt, voor de vitamines en mineralen in milligram (mg = 1000 maal kleiner) en microgram (mg = 1000 maal kleiner dan mg). Voor vitamines en mineralen spreken de aanbevelingen van "Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheden" (ADH), die aangeven welke hoeveelheden de meerderheid van de bevolking elke dag nodig heeft. In de etikettering van voedingsmiddelen waaraan nutriënten zijn toegvoegd, staat vaak vermeld hoeveel % van deze ADH het voedingsmiddel aanbrengt. Een kopie van de meest recentste Belgische voedingsaanbevelingen kan u hier vinden.
Het respecteren van de voedingsaanbevelingen mag geen obsessie worden. Maar het staat vast dat systematisch te veel, te weinig of slecht eten een slechte werking van ons lichaam tot gevolg zal hebben. Er bestaat overigens geen enkel product (met uitzondering van moedermelk) dat alle voedingsstoffen in voldoende grote hoeveelheden bevat. Om ons evenwichtig te voeden moeten we variatie in onze dagelijkse voeding aanbrengen.
De socio-culturele en culinaire verschillen in Europa en de rest van de wereld tonen aan dat er vele manieren zijn om te komen tot een uitgebalanceerde en evenwichtige inname van voedingsstoffen en andere voedingscomponenten, in lijn met de locale gewoonten, tradities en beschikbare voedingsmiddelen.
Deze voedingsaanbevelingen zijn in vele landen omgezet en vertaald in voedingsmiddelen. Om ons evenwichtig te voeden moeten we afwisseling aanbrengen in onze dagelijkse voeding. We kiezen voedingsmiddelen uit verschillende voedingsgroepen. De voedingsmiddelen worden ingedeeld in grote groepen, op basis van de belangrijkste voedingsstof(fen) die ze aanbrengen. De grote klassen zijn:
- De groep van graan- en zetmeelproducten
Deze groep bevat voedingsmiddelen die rijk zijn aan zetmeel. Ze leveren ook eiwitten, vitaminen en mineralen. De "volgraan"-producten zijn een belangrijke bron voor voedingsvezels.
|
 |
- De groep van groenten en fruit
deze voedingsmiddelen zijn rijk aan water, mineralen, vitamines en vezels. Ze zijn ook rijk aan koolhydraten.
- De groep van vlees, vis en eieren, …
Deze voedingsmiddelen zijn een bron van eiwitten, vitaminen van de B-reeks en mineralen zoals ijzer. Bepaalde producten uit deze groep bevatten veel vetten.
- De groep van de zuivelproducten
deze voedingsmiddelen zijn rijk aan eiwitten en calcium. Sommige kazen bevatten ook veel vetten.
- De groep van de vetstoffen
deze groep omvat de voedingsmiddelen die in hoofdzaak rijk zijn aan vetten en aan in vet oplosbare vitamines (A, D, E).
- De groep van de dranken
voedingsmiddelen uit deze groep staan in voor de vochtaanbreng.
Om de keuze te vereenvoudigen, wordt vaak gewerkt met verschillende grafische modellen die deze groepen visueel afbeelden. In alle modellen is echter dezelfde boodschap vervat, namelijk dat we om ons evenwichtig te voeden voedingsmiddelen moeten kiezen uit elke groep.
In België worden momenteel nog twee verschillende voorlichtingsmodellen gebruikt om de indeling van de voedingsmiddelen voor te stellen. In het zuiden van het land kiest men voor een rad en in het noorden voor de voedingsdriehoek.
Dergelijke kwantitatieve voorlichtingsmodellen zijn evenwel slechts een vereenvoudiging van de complexe voedingscontext. Zo bestaat inderdaad het gevaar dat deze kwantitatieve voorlichtingsmodellen de samenstelling van een evenwichtig dieet te sterk vereenvoudigen . Sommige voedingsmiddelen kunnen immers in verschillende categorieën thuishoren. Bijvoorbeeld kunnen eiwitrijke groenten (zoals erwten, sojabonen, witte bonen, …) als bron van eiwit geconsumeerd worden ter vervanging van vlees. Ook kaas is een alternatieve eiwitbron. Bovendien worden samengestelde voedingsmiddelen, zoals bereide maaltijden niet in dergelijke voorlichtingsmodellen opgenomen.
De ervaring met de kwantitatieve modellen heeft bovendien geleerd dat deze relatief weinig impact hebben op de voedingsgewoonten. Meer recent verschuift het accent dan ook naar het opstellen van zogenaamde kwalitatieve voedingsaanbevelingen. Dit wordt onder andere geïllustreerd door werk binnen de WHO.
Steeds meer studies wijzen in de richting van het belang van een evenwichtig dieet, dat een grote verscheidenheid aan voedingsmiddelen bevat. Hierbij moet men ervoor zorgen dat het dieet evenwichtig is over een periode van enkele dagen en niet noodzakelijk bij elke maaltijd. |