| |
Mineralen
Mineralen zijn anorganische substanties die noodzakelijk zijn voor het
goed verlopen van de stofwisseling. De meeste komen in hele kleine hoeveelheden
voor (4% van ons lichaam bestaat uit mineralen). Mineralen vervullen verschillende
functies zoals o.a.:
- Vorming van beenderen en tanden
- Essentiële bestanddelen van lichaamsvocht (elektrolyten)
- Componenten van enzymsystemen, weefsels, hormonen
Sommige mineralen hebben we in grotere hoeveelheden nodig dan andere,
deze noemen we de macro-elementen. Tot de macro-elementen behoren:
- Calcium (Ca)
Calcium is het voornaamste bestanddeel van hydroxyapatite, het voornaamste
mineraal in de beenderen en in de tanden. Calcium speelt tevens een
rol in talrijke metabole functies zoals de bloedstolling, spiercontracties,
de aanmaak van hormonen en de membraandoorlaatbaarheid. De opname en
de excretie van calcium worden gecontroleerd door vitamine D. Het calcium
aanwezig in plantaardige voedingsmiddelen is vaak niet beschikbaar voor
het lichaam omdat het gebonden is door phytaten en oxalaten. Het calcium
aanwezig in zuivelproducten is wel goed opneembaar (beschikbaar) voor
het lichaam.
- Chloor (Cl)
Chloor is onder de vorm van HCL een belangrijk deel van maagzuur. Chloor
staat eveneens in voor het regelen van de zuurtegraad van het bloed
en het op peil houden van het bloedvolume. De belangrijkste bron van
Chloor in onze voeding is keukenzout (NaCl).
- Fosfor (P)
Fosfor is aanwezig in alle dierlijke en plantaardige cellen. In het
lichaam is 80% van de hoeveelheid fosfor aanwezig onder de vorm van
calciumzouten in het skelet en in de tanden. Fosfor speelt eveneens
een rol als co-factor bij bepaalde enzymatische reacties. Fosfor in
aanwezig in veel verschillende voedingsmiddelen.
- Magnesium (Mg)
Magnesium is aanwezig in praktisch alle lichamelijke weefsels inclusief
de beenderen. Op celniveau speelt magnesium een rol bij het energietransport.
Magnesium is aanwezig in chlorofyl, het groene pigment van planten.
- Natrium (Na)
Natrium helpt het gehalte lichaamsvocht te regelen en is eveneens betrokken
bij het energieverbruik en bij zenuwfuncties. Tijdens grote inspanningen
gaan grote hoeveelheden natrium verloren via het zweet. Vochtinname
onder de vorm van rehydratiedranken met natrium is dan aangewezen. Het
zelfde fenomeen treedt op bij diarree. In dat geval zijn natrium en
glucose noodzakelijk voor de darm om vocht terug te kunnen opnemen.
De meeste rauwe producten bevatten uiterst weinig natrium. Tijdens het
productieproces of tijdens de bereiding of de maaltijd wordt soms zout
(NaCl) toegevoegd.
- Kalium (Ka)
Kalium is aanwezig in lichaamsvocht en is essentieel voor het functioneren
van de cellen (inclusief de zenuwcellen). Kalium is voornamelijk aanwezig
in groenten en fruit.
- Zwavel (S)
Zwavel is een bestanddeel van talrijke stoffen die het lichaam gebruikt.
Zwavel wordt echter niet rechtstreeks door het lichaam gebruikt. Zwavel
komt voor in eiwitten waar het een stabiliserende functie heeft. Zwavel
is hoofdzakelijk terug te vinden in eiwitrijke producten.
Andere mineralen, de spoor- of oligo-elementen genaamd, hebben we slechts
in zeer kleine hoeveelheden nodig. Niet tegenstaande het feit dat deze
spoorelementen slechts in zeer kleine hoeveelheden nodig zijn, zijn ze
daarom niet minder belangrijk voor het optimaal functioneren van het lichaam.
Tot de spoorelementen rekenen we:
- Koper (Cu)
Koper is betrokken bij verscheidene enzymreacties en bij de vorming
van rode bloedcellen Het is eveneens een onderdeel van het donkere pigment
van huid en haar.
- Jodium (I)
Jodium is noodzakelijk voor de aanmaak van schildklierhormonen. De schildklierhormonen
staan in voor de metabolische functies in ons lichaam. Het jodiumgehalte
van voedingsmiddelen is afhankelijk van het jodiumgehalte in het milieu
(in de grond en het water). De enige bronnen rijk aan jodium zijn zeevruchten.
In sommige landen wordt het zout en/of het brood verrijkt met jodium.
In België is dit niet het geval ondanks het feit dat de jodiuminname
marginaal is.
- Ijzer (Fe)
IJzer is noodzakelijk bij de aanmaak van haemoglobuline in rode bloedcellen
dat instaat voor het transport van zuurstof door het lichaam. IJzer
is eveneens een bouwsteen van myoglobuline dat zich in de spieren bevindt.
Men vindt ijzer voornamelijk in dierlijke producten, zoals rood vlees.
Ook (blad-)groenten bevatten ijzer, maar dat is meestal niet beschikbaar
omdat het gebonden is aan andere stoffen. Popeye werd dus niet echt
sterk van spinazie!
- Chroom (Cr)
Chroom speelt een rol bij de goede werking van insuline, het hormoon
dat de bloedsuikerspiegel controleert.
- Mangaan (Mn)
Mangaan heeft een rol bij de werking van verteringsenzymen.
- Kobalt (Co)
Kobalt is een onderdeel van vitamine B12.
- Fluor (F)
Fluor ondersteund de mineralisatie van de beenderen en beschermd de
tanden tegen bederf (cariës). Fluor is voornamelijk aanwezig in
water. Te veel fluor is schadelijk voor de tanden en de beenderen.
- Zink (Zn)
Zink is een bestanddeel van verschillende enzymen en is nodig voor de
groei, het herstel van cellen en voor de regeling van de seksuele maturiteit.
Zink, aanwezig in verschillende voedingsmiddelen, maar wordt best geabsorbeerd
uit vlees. Het zink aanwezig in plantaardige voedingsmiddelen kan vaak
niet door het lichaam worden opgenomen, daar het gebonden is aan fytaten.
- Tin (Sn)
Tin speelt een rol bij de vorming van eiwitten in het lichaam.
- Selenium (Se)
Selenium is een component van verschillende enzymen die het lichaam
beschermen tegen oxidatie.
- Silicium (Si)
Silicium is een bestanddeel van de enzymen die instaan voor de vorming
van botcomponenten.
- Vanadium (V)
Vanadium speelt een rol bij de botvorming en bij de opbouw van het gebit.
|


|
 |