Alcohol
Alcohol (ethanol) is een substantie samengesteld uit koolstof (C), waterstof
(H) en zuurstof (O). Het wordt geproduceerd bij de fermentatie van suikers
door gisten. Tijdens het fermentatieproces voeden de gisten zich met suiker
en produceren ze alcohol en gas (CO2) als bijproduct.
De energie inhoud van alcohol is hoger dan de energie inhoud van suikers.
1 gram alcohol levert 7 kcal (= 29 kJ).
Na de opname wordt alcohol snel geabsorbeerd (uit maag en darm) en verspreid
over het lichaam (inclusief de hersenen). Vooraleer alcohol kan afgebroken
worden in de lever stijgt het alcoholgehalte in het bloed. Deze stijging
veroorzaakt een vermindering van het redeneervermogen en een verstoring
van de coördinatie en de motoriek. Als het alcoholgehalte in het
bloed stijgt tot 100 mg alcohol per 100 ml bloed zullen intoxicatieverschijnselen
optreden. De snelheid waarmee alcohol kan worden afgebroken is afhankelijk
van de leeftijd, het geslacht, het lichaamsgewicht en de grootte van de
lever.
|